“Mijn band met Dilbeek is heel eigenaardig”: Johan Verminnen is klaar voor het Vijverfestival

By 10 juli 2018Nieuws

“Telepathie”, zei de manager van Johan Verminnen toen we hem enkele maanden geleden een mailtje stuurden. “Ik wilde jullie ook net mailen. Dilbeek is een plek die Johan heel dierbaar is.” Mooie woorden, dachten we, maar is dat niet zoiets dat elke manager of artiest zegt om organisatoren blij te maken? Neen, zo blijkt wanneer we met een van de allerbeste Nederlandstalige liedjesschrijvers een pint gaan drinken in cc Westrand. Zijn manager sprak de waarheid.

Mogelijk staat het al in je agenda, en anders is dit een goed moment om het erin te schrijven: Johan Verminnen speelt op de vijftiende editie van het gratis Vijverfestival in Dilbeek op vrijdag 13 juli. Een optreden waar de zanger, die kleinkunst in de jaren 70 en 80 een stevig paar ballen gaf en Nederlandstalige muziek van haar oubollige imago af hielp, zichtbaar naar uitkijkt. “En dat podium zal daar dan staan”, vraagt hij met pretlichtjes in zijn ogen vanop het terras van cc Westrand, wijzend naar het Patattenplein dat in de verte zichtbaar is. “Dat wordt een fijne avond.”

Westrand geopend

“Ik ga het je eerlijk zeggen”, steekt Verminnen van wal bij een frisse pint, nog steeds met die innemende glimlach en warme stem van hem. “Ik heb eigenlijk heel veel banden met Dilbeek, en dan vooral met cc Westrand. Ik heb ooit gespeeld op de opening van het cultureel centrum, in de weide hierachter omdat het gebouw nog niet helemaal af was. Ik heb hier heel veel meegemaakt. Al mijn programma’s heb ik hier ook gespeeld. Als je weet dat ik een carrière heb van nu al meer dan 47 jaar en ik zowat elk jaar in Dilbeek ben komen spelen, dan schept dat echt een band. Ik heb hier ook nog veel familie wonen.”

Johan Verminnen, dat is de man die zich zonder verpinken een monument van de vaderlandse muziek mag noemen. De 67-jarige zanger is zelf afkomstig van Wemmel. “Helemaal niet ver van hier. En die gemeente maakt net zoals Dilbeek deel uit van de Vlaamse beweging rond Brussel.” En daarmee is het B-woord gevallen. Want de band tussen de hoofdstad en Verminnen is zo mogelijk nog sterker dan die met Dilbeek. “Ik heb er ook lang gewoond”, zegt hij enthousiast. “In de Dansaertstraat. Maar mijn vrouw kon er niet goed aarden. Omdat ik zo vaak op pad was en ben om op te treden, heb ik erin toegestemd om te verhuizen naar Oost-Vlaanderen. Haar roots liggen daar, en nu wonen we daar in Nevele al een hele tijd dolgelukkig. Het is ook daar dat onze dochter Paulien geboren is.”

Volwassen

Niet meer in Brussel wonen was moeilijk voor Verminnen, maar zijn liefde voor de hoofdstad werd er niet minder door. “Brussel blijft voor mij de stad die mij volwassen heeft gemaakt. En Dilbeek is niet die stad, maar behoort wel tot heel die regio waarin ik van jongeman ben opgegroeid tot wie ik vandaag ben. Het voelt dus echt als thuiskomen. En dat zal op het Vijverfestival niet anders zijn. Waarschijnlijk zullen er heel veel mensen komen die mij gekend hebben. Stel dat het goed weer is: waarom zouden ze dan niet komen? Maar ook jonge mensen zijn welkom, hoor, want er zijn ook veel jonge mensen die van Nederlandstalige muziek houden. Je ziet dat zoiets met stromen gaat, als eb en vloed. Het ene moment wil iedereen in het Engels zingen, dan weer in het Nederlands.”

Verminnen maakte ook zingen in het dialect populair. “Zo heb ik maar één liedje: Rue Des Bouchers. Maar dat was er wel boenk op, moet ik zeggen.” Momenteel gaat het met die befaamde Brusselse straat wel minder goed. “Heel jammer. Daar is veel gebeurd, maffieuze toestanden onder meer. Maar ik kom er nog wel eens graag, hoor. In Wemmel ook. Het café naast de sportschool waar mijn vader vroeger al ging, daar ga ik graag naartoe als ik eens tijd moet verliezen.”

In Dilbeek herlanceerde Verminnen zijn carrière toen in de jaren 80 in het slop zat. “Mijn verhaal met Dilbeek is heel eigenaardig. Op een gegeven moment trad ik op met onder meer Eric Melaerts en Jean Blaute. Maar ik dreigde toen failliet te gaan omdat ik hen al inschrijf voor er een statuut was voor muzikanten. Ik dreigde overkop te gaan, dus ben ik met een nieuw muzikaal programma begonnen. Het heette ‘Zanger zonder meer’. Een pianist, Tars Lootens, en ik op het podium: meer was het niet. Daar zijn we hier in het cultureel centrum mee begonnen. Dat heeft mij weer op de kaart en op het goede pad gezet. Ik heb dus heel goeie herinneringen aan Dilbeek.”

Wat mogen we verwachten op het Vijverfestival?

“Ik heb net een verzamelplaat uit met de beste stukken uit wat ik de voorbije vier jaar heb gedaan. Daar staat veel op van wat ik bij jullie ga brengen. Natuurlijk moet ik Brussel zingen. Natuurlijk moet ik Laat Me Nu Toch Niet Alleen zingen. Natuurlijk moet ik Mooie Dagen zingen. Natuurlijk moet ik Rue Des Bouchers zingen. En daar zitten dan nog liedjes bij die volgens mij voor een zomers publiek met een pintje in de hand perfect zijn. Een mix van ingetogen nummers en ambiance. Meezingen wordt aangemoedigd. Een publiek dat meezingt, dan breekt het ijs. Laat de mensen die van mij houden én zij die mij niet goed kennen maar komen: ze krijgen een hoop uit mijn enorm repertoire te horen.”

Sinds zijn twaalfde

De carrière van Verminnen duurt al meer dan 47 jaar. “Van mijn twaalfde speel ik in groepjes. Ik was namelijk iemand die al heel vroeg wist wat hij wilde doen. Dat is een voordeel.”

Zijn vader was niet meteen gewonnen voor een carrière in de muziek. “Mijn vader vond dat ik loodgieter moest worden. Daar is meer toekomst in, zei hij me. En eerlijk gezegd: dat is zo. Zoek maar eens een loodgieter in Dilbeek, je zal het snel beseffen. Mijn moeder steunde mij wel altijd. Dat doen moeders nu eenmaal. Mijn vader wilde mij vrijwaren van de showbizz, maar is daar niet in geslaagd.”

“Hij is helaas heel vroeg overleden en heeft het echte succes nooit meegemaakt. Maar hij heeft wel gezien dat het er zat aan te komen. Heel vreemd trouwens: tegenover mij was hij heel kritisch, maar wanneer hij naar zijn stamcafé ging zonder mij stoefte hij wel over zijn zoon. Zo zijn vaders ook. Mijn moeder is 102 jaar geworden. Fantastisch. Ze heeft echt genoten en is altijd mijn grootste fan geweest.”

Hoeveel treedt u nu nog op?

“Ik ga 67 worden en speel nog tussen de 50 en 60 keer per jaar. Ik heb een heel goeie en trouwe band. En mijn geluidsman, Jan De Troyer, doet mijn geluid al van voor ik 18 jaar was. Hij is jonger dan ik, maar ik ging hem van school halen wanneer ik optrad om mijn klank te doen. Ik draai me dikwijls om naar mijn band tijdens een optreden om te genieten, ik ben zo fier op hen. Ik geef jonge muzikanten de raad: omring je met goede muzikanten, dan groei je zelf ook.”

Wat brengt de toekomst?

“Ik blijf bezig. Ik heb twaalf nieuwe liedjes en volgend jaar breng ik een nieuwe plaat uit. Ik blijf actief. Dat houdt me jong. Sinds ik gestopt ben als manager van Sabam, deels om gezondheidsredenen want ik had daar heel veel stress, voel ik me heel gelukkig en evenwichtig. Zo word je goed oud: altijd actief blijven. En zeggen: een pensioen, dat is voor andere mensen.”

Een goede raad voor iedereen?

“Mijn voornaamste goede raad is: hou je bezig met dingen die je graag doet. Dan ben je er met plezier lang mee bezig. Als je iets tegen je zin doet, snak je naar je pensioen. Dat doe ik dus niet.”

“Heb je alles? Dan ga ik de mensen hier nog groeten en trek ik naar mijn stamcafé in Brussel”, zijn de afsluitende woorden. Een half uur later is Verminnen nog niet weg. “Ik ken hier dan ook zoveel mensen.” Dat wordt een opgave om hem op tijd op het podium te krijgen op vrijdag 13 juli.